Informatie over het woord deur (Nederlands → Esperanto: pordo)

Uitspraak/dør/
Afbrekingdeur
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachthistorisch vrouwelijk, tegenwoordig ook manlijk
Meervouddeuren

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
deurtjedeurtjes

Voorbeelden van gebruik

Hij trad naar binnen en wierp de deur dreunend achter zich dicht.
De winter staat voor de deur.
Om erachter te komen wat er zich aan de andere kant bevond, zou hij de deur moeten openen om te kijken.
Bond liep naar de deur.
Heer Ollie maakte zich los uit zijn zetel en haastte zich naar de deur.
Er waren namelijk drie deuren dus je kon een van de twee plaatsen kiezen waar hij niet stond.

Vertalingen

Afrikaansdeur
Albaneesderë
Catalaansporta
Deensdør
DuitsTür
Engelsdoor
Engels (Oudengels)duru
Esperantopordo
Faeröersdyr; hurð
Finsovi
Fransporte
Grieksπόρτα
Hongaarsajtó
IJslandsdyr; hurð
Italiaansporta; uscio
Latijnianua
LuxemburgsDier
Noorsdør
Papiamentsporta
Poolsdrzwi
Portugeesporta
Roemeensușă
Russischдверь
SaterfriesDoore
Schots-Gaelischdorus
Spaanspuerta
Sranandoro
Swahilimlango
Tagalogpintô
Thaisประตู
Tsjechischdveře
Welsdrws
Westerlauwers Friesdoar
Zweedsdörr