Informo pri la vorto brug (nederlanda → esperanto: ponto)

Prononco/brɵx/
Dividobrug
Vortspecosubstantivo
Genrohistorie ina, nuntempe ankaŭ vira
Pluralobruggen

Diminutivo
SingularoPluralo
bruggetje, brugjebruggetjes, brugjes

Uzekzemploj

Ook werden een brug en een aantal boten verwoest door het water.
Daar kwam bij dat de gezagvoerder zich persoonlijk op de brug bevond.
Deze brug is voltooid op 11 november 2011.
Maandag kwamen twee mensen om het leven toen een brug in het stadje Fuencaliente het onder de druk van het water begaf.

Tradukoj

afrikansobrug
anglabridge
angla (malnovangla)bricg
ĉeĥamost; můstek
danabro
esperantoponto
feroabrúgv
finnasilta
francapont
germanaBrücke
grekaγεφύρι; γιοφύρι
hispanapuente
hungarahíd
islandabrú
italaponte
katalunapont
kimrapont
latinopons
luksemburgiaBréck
malajajembatan
norvegabro
okcidenta frizonabrêge
papiamentobrùg
polamost
portugalaponte
rumanapod
rusaмост
saterlanda frizonaBrääch
skota gaeladrochaid
surinamabroki
svedabro
tagalogatuláy
tajaสะพาน
turkaköprü