Informatie over het woord apparaat (Nederlands → Esperanto: aparato)

Uitspraak/ɑpaˈrat/
Afbrekingap·pa·raat
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtonzijdig
Meervoudapparaten

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
apparaatjeapparaatjes

Voorbeelden van gebruik

Er galmde een schot door het eenvoudige vertrekje en terwijl de kruitdamp het beeld verduisterde, klonk de stem van de omroeper op gedempte wijze uit het apparaat.
Drie elektrische apparaten zijn op dezelfde spanning van 220 V aangesloten.

Vertalingen

Afrikaansapparaat; toestel
Catalaansaparell
Deensapparat
DuitsApparat; Gerät; Vorrichtung
Engelsapparatus; appliance; device
Esperantoaparato
Faeröerstól
Finskoje
Fransappareil
Hongaarsapparátus; készülék
Italiaansapparecchio
Papiamentsaparato
Portugeesaparelho; máquina
Russischаппарат
SaterfriesApparoat; Iengjuchtenge; Reewe
Spaansaparato
Thaisเครื่อง; เครื่องมือ
Tsjechischaparát; přístroj; ústrojí; zařízení
Zweedsapparat