Informatie over het woord anus (Nederlands → Esperanto: anuso)

Uitspraak/ˈanəs/, /ˈanɵs/
Afbrekinga·nus
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk
Meervoudanussen

Vertalingen

Afrikaansaars; anus
Catalaansanus
Deensendetarmsåbning; røv
DuitsAfter; Arsch; Hintern
Engelsanus
Engels (Oudengels)ærs
Esperantoanuso
Faeröersgat; rumpuhol
Fransanus
Grieksδακτύλιος; έδρα
Hongaarsvégbél
Latijnanus; culus; podex
Portugeesânus
SaterfriesIers; Kunte
Spaansano
Srananbakasey
Turksanüs
Westerlauwers Friesears; gat