Informatie over het woord naleven (Nederlands → Esperanto: plenumi)

Uitspraak/ˈnalevə(n)/
Afbrekingna·le·ven
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) leef na(ik) leefde na
(jij) leeft na(jij) leefde na
(hij) leeft na(hij) leefde na
(wij) leven na(wij) leefden na
(gij) leeft na(gij) leefdet na
(zij) leven na(zij) leefden na
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) naleve(dat ik) naleefde
(dat jij) naleve(dat jij) naleefde
(dat hij) naleve(dat hij) naleefde
(dat wij) naleven(dat wij) naleefden
(dat gij) nalevet(dat gij) naleefdet
(dat zij) naleven(dat zij) naleefden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
leef naleeft na
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
nalevend, nalevende(hebben) nageleefd

Voorbeelden van gebruik

Ik leef altijd mijn contracten na.
Ze was een vrouw van strikte orde en van regels die moesten worden nageleefd.

Vertalingen

Afrikaansbedryf; bedrywe; begaan
Catalaansacomplir; portar a cap; realitzar
Duitsausführen; bestellen; erfüllen; leisten
Engelsfulfil; observe
Engels (Oudengels)gefyllan
Esperantoplenumi
Faeröersfullføra
Fransaccomplir; assurer; réaliser; remplir
Hongaarsteljesít
Italiaanscompiere; eseguire
Papiamentskumpli
Poolsspełnić; wykonać
Portugeescumprir; desempenhar
Russischвыполнять
Saterfriesärfulje; bestaale; laistje; uutfiere
Spaanscumplir; ejecutar; llevar a cabo