Informatie over het woord nakomen (Nederlands → Esperanto: plenumi)

Uitspraak/ˈnakomə(n)/
Afbrekingna·ko·men
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) kom na(ik) kwam na
(jij) komt na(jij) kwam na
(hij) komt na(hij) kwam na
(wij) komen na(wij) kwamen na
(gij) komt na(gij) kwaamt na
(zij) komen na(zij) kwamen na
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) nakome(dat ik) nakwame
(dat jij) nakome(dat jij) nakwame
(dat hij) nakome(dat hij) nakwame
(dat wij) nakomen(dat wij) nakwamen
(dat gij) nakomet(dat gij) nakwamet
(dat zij) nakomen(dat zij) nakwamen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
kom nakomt na
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
nakomend, nakomende(zijn) nagekomen

Voorbeelden van gebruik

Hij is het contract nagekomen.
Je weet ook dat hij geen enkele belofte nakomt, zelfs al gaf hij die zwart op wit.

Vertalingen

Afrikaansbedryf; bedrywe; begaan
Catalaansacomplir; portar a cap; realitzar
Duitsausführen; bestellen; erfüllen; leisten
Engelsfulfil; meet
Engels (Oudengels)gefyllan
Esperantoplenumi
Faeröersfullføra
Fransaccomplir; assurer; réaliser; remplir
Hongaarsteljesít
Italiaanscompiere; eseguire
Papiamentskumpli
Poolsspełnić; wykonać
Portugeescumprir; desempenhar
Russischвыполнять
Saterfriesärfulje; bestaale; laistje; uutfiere
Spaanscumplir; ejecutar; llevar a cabo