Informatie over het woord volschenken (Nederlands → Esperanto: plenigi)

Uitspraak/ˈvɔlsxɛŋkə(n)/
Afbrekingvol·schen·ken
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) schenk vol(ik) schonk vol
(jij) schenkt vol(jij) schonk vol
(hij) schenkt vol(hij) schonk vol
(wij) schenken vol(wij) schonken vol
(gij) schenkt vol(gij) schonkt vol
(zij) schenken vol(zij) schonken vol
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) volschenke(dat ik) volschonke
(dat jij) volschenke(dat jij) volschonke
(dat hij) volschenke(dat hij) volschonke
(dat wij) volschenken(dat wij) volschonken
(dat gij) volschenket(dat gij) volschonket
(dat zij) volschenken(dat zij) volschonken
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
schenk volschenkt vol
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
volschenkend, volschenkende(hebben) volgeschonken

Voorbeelden van gebruik

Varmous schonk met gulle hand de wijnbekers vol en het gezelschap kwam in een feestelijke stemming.

Vertalingen

Afrikaansinvul; vul; vólmaak
Albaneesmbush
Deensfylde
Duitsausfüllen; erfüllen; füllen
Engelsfill; fill in; fill up; imbue; permeate
Esperantoplenigi
Faeröersfylla
Franscompléter; remplir
IJslandsfylla
Latijnopplere
Maleisisi; mengisi
Papiamentsyena
Poolswypełnić
Portugeescompletar; encher
Saterfriesful moakje; uutfälle
Schots-Gaelischlìon
Spaansllenar
Srananfuru
Thaisใส่; ถม
Westerlauwers Friesfolje
Zweedsfylla; ifylla; uppfylla