Informatie over het woord volmaken (Nederlands → Esperanto: plenigi)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) maak vol(ik) maakte vol
(jij) maakt vol(jij) maakte vol
(hij) maakt vol(hij) maakte vol
(wij) maken vol(wij) maakten vol
(gij) maakt vol(gij) maaktet vol
(zij) maken vol(zij) maakten vol
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) volmake(dat ik) volmaakte
(dat jij) volmake(dat jij) volmaakte
(dat hij) volmake(dat hij) volmaakte
(dat wij) volmaken(dat wij) volmaakten
(dat gij) volmaket(dat gij) volmaaktet
(dat zij) volmaken(dat zij) volmaakten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
maak volmaakt vol
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
volmakend, volmakende(hebben) volgemaakt

Vertalingen

Afrikaansinvul; vul; vólmaak
Albaneesmbush
Deensfylde
Duitsausfüllen; erfüllen; füllen
Engelsfill
Esperantoplenigi
Faeröersfylla
Franscompléter; remplir
IJslandsfylla
Latijnopplere
Maleisisi; mengisi
Papiamentsyena
Poolswypełnić
Portugeescompletar; encher
Saterfriesful moakje; uutfälle
Schots-Gaelischlìon
Spaansllenar
Srananfuru
Thaisใส่; ถม
Westerlauwers Friesfolje
Zweedsfylla; ifylla; uppfylla