Informo pri la vorto zeiken (nederlanda → esperanto: plendaĉi)

Prononco/ˈzɛɪ̯kə(n)/
Dividozei·ken
Vortspecoverbo

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) zeik(ik) zeek, zeik
(jij) zeikt(jij) zeek, zeik
(hij) zeikt(hij) zeek, zeik
(wij) zeiken(wij) zeken, zeikten
(gij) zeikt(gij) zeekt, zeiktet
(zij) zeiken(zij) zeken, zeikten
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) zeike(dat ik) zeke, zeikte
(dat jij) zeike(dat jij) zeke, zeikte
(dat hij) zeike(dat hij) zeke, zeikte
(dat wij) zeiken(dat wij) zeken, zeikten
(dat gij) zeiket(dat gij) zeket, zeiktet
(dat zij) zeiken(dat zij) zeken, zeikten
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
zeikzeikt
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
zeikend, zeikende(hebben) gezeken, gezeikt

Tradukoj

esperantoplendaĉi