Information about the word keer (Afrikaans → Esperanto: haltigi)

Part of speechverb

Conjugation

Present tensePast tense
keer-
Past participle
gekeer

Translations

Danishstoppe
Dutchaanhouden; keren; staande houden; stilleggen; stilzetten; stoppen; stuiten; tegenhouden; tot staan brengen; tot stand brengen; tot stilstand brengen; doen stoppen
Englishstop
Esperantohaltigi
Germananhalten; aufhalten; sperren; zum Stehen bringen
Italianfermare
Papiamentostòp
Polishzatrzymać
Portuguesefazer parar; reprimir
Saterland Frisiananhoolde; brämsje; speere
Spanishparar