Informatie over het woord aanplanting (Nederlands → Esperanto: plantado)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈamplɑntɪŋ/
Afbrekingaan·plan·ting
Geslachtvrouwelijk

Vertalingen

DuitsAnlage; Anpflanzen; Anpflanzung; Pflanzen; Pflanzung
Engelsplanting
Esperantoplantado
SaterfriesAnloage; Anplont; Plontjen
Spaanscultivo; plantío
Tsjechischsázení