Informatie over het woord fijnstampen (Nederlands → Esperanto: pisti)

Uitspraak/ˈfɛɪ̯nstɑmpə(n)/
Afbrekingfijn·stam·pen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) stamp fijn(ik) stampte fijn
(jij) stampt fijn(jij) stampte fijn
(hij) stampt fijn(hij) stampte fijn
(wij) stampen fijn(wij) stampten fijn
(gij) stampt fijn(gij) stamptet fijn
(zij) stampen fijn(zij) stampten fijn
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) fijnstampe(dat ik) fijnstampte
(dat jij) fijnstampe(dat jij) fijnstampte
(dat hij) fijnstampe(dat hij) fijnstampte
(dat wij) fijnstampen(dat wij) fijnstampten
(dat gij) fijnstampet(dat gij) fijnstamptet
(dat zij) fijnstampen(dat zij) fijnstampten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
stamp fijnstampt fijn
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
fijnstampend, fijnstampende(hebben) fijngestampt

Vertalingen

Duitskleinstoßen; zermalmen; zerstampfen; zerstoßen
Engelscrush; pound; pulverize
Esperantopisti
Faeröersmjølva
Finssurvoa
Fransbroyer; piler
Portugeesbritar; calcar; pisar; socar
Saterfrieskuutstampje; kuutsteete
Spaansmachacar; trituar