Informatie over het woord spelden (Nederlands → Esperanto: pingli)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) speld(ik) speldde
(jij) speldt(jij) speldde
(hij) speldt(hij) speldde
(wij) spelden(wij) speldden
(gij) speldt(gij) spelddet
(zij) spelden(zij) speldden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) spelde(dat ik) speldde
(dat jij) spelde(dat jij) speldde
(dat hij) spelde(dat hij) speldde
(dat wij) spelden(dat wij) speldden
(dat gij) speldet(dat gij) spelddet
(dat zij) spelden(dat zij) speldden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
speldspeldt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
speldend, speldende(hebben) gespeld

Vertalingen

Esperantopingli