Informatie over het woord loodsen (Nederlands → Esperanto: piloti)

Uitspraak/ˈlotsə(n)/
Afbrekinglood·sen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) loods(ik) loodste
(jij) loodst(jij) loodste
(hij) loodst(hij) loodste
(wij) loodsen(wij) loodsten
(gij) loodst(gij) loodstet
(zij) loodsen(zij) loodsten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) loodse(dat ik) loodste
(dat jij) loodse(dat jij) loodste
(dat hij) loodse(dat hij) loodste
(dat wij) loodsen(dat wij) loodsten
(dat gij) loodset(dat gij) loodstet
(dat zij) loodsen(dat zij) loodsten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
loodsloodst
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
loodsend, loodsende(hebben) geloodst

Voorbeelden van gebruik

Afgelopen week probeerde hij zijn deal in een razend tempo door het parlement te loodsen in de hoop dat de Brexit op 31 oktober kon doorgaan.

Vertalingen

Duitslotsen; steuern
Engelspilot
Esperantopiloti
Portugeespilotar
Saterfrieslootsje; stjuure
Zweedslotsa