Informo pri la vorto schoeien (nederlanda → esperanto: piedvesti)

Prononco/ˈsxujə(n)/
Dividoschoei·en
Vortspecoverbo

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) schoei(ik) schoeide
(jij) schoeit(jij) schoeide
(hij) schoeit(hij) schoeide
(wij) schoeien(wij) schoeiden
(gij) schoeit(gij) schoeidet
(zij) schoeien(zij) schoeiden
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) schoeie(dat ik) schoeide
(dat jij) schoeie(dat jij) schoeide
(dat hij) schoeie(dat hij) schoeide
(dat wij) schoeien(dat wij) schoeiden
(dat gij) schoeiet(dat gij) schoeidet
(dat zij) schoeien(dat zij) schoeiden
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
schoeischoeit
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
schoeiend, schoeiende(hebben) geschoeid

Uzekzemploj

Het komt me voor dat je al toereikend geschoeid bent.

Tradukoj

esperantopiedvesti