Information about the word aanstampen (Dutch → Esperanto: piedpremi)

Pronunciation/ˈanstɑmpə(n)/
Hyphenationaan·stam·pen
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) stamp aan(ik) stampte aan
(jij) stampt aan(jij) stampte aan
(hij) stampt aan(hij) stampte aan
(wij) stampen aan(wij) stampten aan
(gij) stampt aan(gij) stamptet aan
(zij) stampen aan(zij) stampten aan
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) aanstampe(dat ik) aanstampte
(dat jij) aanstampe(dat jij) aanstampte
(dat hij) aanstampe(dat hij) aanstampte
(dat wij) aanstampen(dat wij) aanstampten
(dat gij) aanstampet(dat gij) aanstamptet
(dat zij) aanstampen(dat zij) aanstampten
Imperative mood
Singular/PluralPlural
stamp aanstampt aan
Participles
Present participlePast participle
aanstampend, aanstampende(hebben) aangestampt

Translations

Englishstep on
Esperantopiedpremi
Portuguesecalcar os pés
Spanishhollar; pisar; pisotear