Informatie over het woord banala

Woordsoortbijvoeglijk naamwoord
Afbrekingba·nal·a

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
Nominatiefbanalabanalaj
Accusatiefbanalanbanalajn

Vertalingen

Afrikaansalledaags; banaal; plat
Duitsabgedroschen; alltäglich; banal; fad; fade
Engelsbanal; bland; commonplace; hackneyed; trite; workaday
Fransbanal
Hongaarsbanális; közönséges
Italiaansallenare; banale
Latijnabiectus
Nederlandsafgezaagd; alledaags; banaal; gewoontjes; nietszeggend; plat
Portugeesbanal; comun; trivial; vulgar
Saterfriesbanoal; flau; laf; outoarsken
Spaansbanal; trivial
Westerlauwers Friesdeisk; sljochtweihinne
Zweedsbanal