Informatie over het woord attack (Engels → Esperanto: ataki)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/əˈtæk/
Afbrekingat·tack
Shaw‐alfabet𐑩𐑑𐑨𐑒

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) attack(I) attacked
(thou) attackest(thou) attackedst
(he) attacks, attacketh(he) attacked
(we) attack(we) attacked
(you) attack(you) attacked
(they) attack(they) attacked
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) attack (I) attacked
(thou) attack(thou) attacked
(he) attack(he) attacked
(we) attack(we) attacked
(you) attack(you) attacked
(they) attack(they) attacked
Gebiedende wijs
attack
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
attackingattacked

Voorbeelden van gebruik

A bank guard was killed and three people wounded when a suicide bomber attacked a bank in Pakistan’s capital Islamabad, a senior police official told CNN.

Vertalingen

Afrikaansaanval; aangryp
Catalaansatacar
Deensangribe
Duitsanfallen; angreifen; überfallen
Esperantoataki
Faeröersleypa á
Finshyökätä
Fransassaillir; attaquer
Hongaarstámad
Italiaansattaccare
Latijnoppugnare
Nederlandsaangrijpen; aanpakken; aantasten; aanvallen
Papiamentsataká
Portugeesabordar; acometer; agredir; assaltar; atacar
Russischатаковать
Saterfriesanfaale; angriepe; befaale; uurfaale; uutfaale
Spaansagredir; atacar
Thaisโจมตี
Turkssaldırmak
Westerlauwers Friesoanfalle
Zweedsanfalla