Informatie over het woord periode (Nederlands → Esperanto: periodo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/periˈjodə/
Afbrekingpe·ri·o·de

Voorbeelden van gebruik

Hierna volgde een periode van inkeer.
Ik neem aan dat u mij in die periode op passende wijze voedsel en onderdak kunt verschaffen?
Hoe groot is de frequentie van een wisselstroom als de tijdsduur van 1 periode 0,08 ms is?
Zo zag het westen er in die periode uit.
Bond haatte deze periodes van windstilte.
De periode 1900–1970 was voor de Nederlandse bomen een slechte tijd.

Vertalingen

Afrikaansperiode
Albaneesafat
Catalaansperíode
Deensperiode
DuitsPeriode
Engelsperiod; term
Engels (Oudengels)fierst
Esperantoperiodo
Franspériode
Papiamentsperiodo
Portugeesperíodo
SaterfriesPeriode
Spaansperiodo
Thaisตอน
Zweedsperiod; skede