Informo pri la vorto afschilderen (nederlanda → esperanto: pentri)

Prononco/ˈɑfsxɪldərə(n)/
Dividoaf·schil·de·ren
Vortspecoverbo

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) schilder af(ik) schilderde af
(jij) schildert af(jij) schilderde af
(hij) schildert af(hij) schilderde af
(wij) schilderen af(wij) schilderden af
(gij) schildert af(gij) schilderdet af
(zij) schilderen af(zij) schilderden af
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) afschildere(dat ik) afschilderde
(dat jij) afschildere(dat jij) afschilderde
(dat hij) afschildere(dat hij) afschilderde
(dat wij) afschilderen(dat wij) afschilderden
(dat gij) afschilderet(dat gij) afschilderdet
(dat zij) afschilderen(dat zij) afschilderden
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
schilder afschildert af
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
afschilderend, afschilderende(hebben) afgeschilderd

Uzekzemploj

Wij zijn verplicht voor hen te bidden, vriend, al schilder jij hen nog zo zwart af.

Tradukoj

afrikansoafskilder; skilder
anglapaint
ĉeĥamalovat; vymalovat
danamale
esperantopentri
feroamála
finnamaalata
francadépeindre; peindre
germanamalen
hispanapintar
islandamála
italadipingere
katalunapintar
latinopingere
luksemburgiamolen
malajalukis … melukis
okcidenta frizonaôfskilderje; skilderje
polamalować
portugalapincelar; pintar
saterlanda frizonamoalje
svedamåla