Informatie over het woord dringen (Duits → Esperanto: insisti)

Uitspraak/ˈdrɪŋən/
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) dringe(ich) drang
(du) dringst(du) drangst
(er) dringt(er) drang
(wir) dringen(wir) drangen
(ihr) dringt(ihr) drangt
(sie) dringen(sie) drangen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) dringe(ich) dränge
(du) dringest(du) drängest
(er) dringe(er) dränge
(wir) dringen(wir) drängen
(ihr) dringet(ihr) dränget
(sie) dringen(sie) drängen
Gebiedende wijs
(du) dringe
(ihr) dringt
dringen Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
dringend(haben) gedrungen

Vertalingen

Afrikaansaandring
Catalaansinsistir
Engelsinsist
Esperantoinsisti
Faeröershalda upp á
Finsvaatimalla vaatia
Fransinsister; presser
Italiaansinsistere
Nederlandsaandringen; erop staan
Papiamentsinsistí
Portugeesinsistir; instar
Roemeensinsista
Russischнастаивать; настоять
Saterfriesantringe; ounhoolde; tringe; trotsje
Spaansinsistir
Thaisชัก
Westerlauwers Friesoandringe