Information about the word opknopen (Dutch → Esperanto: pendigi)

Pronunciation/ˈɔpknopə(n)/
Hyphenationop·kno·pen
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) knoop op(ik) knoopte op
(jij) knoopt op(jij) knoopte op
(hij) knoopt op(hij) knoopte op
(wij) knopen op(wij) knoopten op
(gij) knoopt op(gij) knooptet op
(zij) knopen op(zij) knoopten op
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) opknope(dat ik) opknoopte
(dat jij) opknope(dat jij) opknoopte
(dat hij) opknope(dat hij) opknoopte
(dat wij) opknopen(dat wij) opknoopten
(dat gij) opknopet(dat gij) opknooptet
(dat zij) opknopen(dat zij) opknoopten
Imperative mood
Singular/PluralPlural
knoop opknoopt op
Participles
Present participlePast participle
opknopend, opknopende(hebben) opgeknoopt

Translations

Afrikaanshang; ophang
Danishhænge op
Englishhang
Esperantopendigi
Faeroeseheingja
Frenchsuspendre
Germananhängen; aufhängen; erhängen; hängen; henken
Icelandichengja
Italiansospendere
Norwegianhenge; henge opp
Papiamentohorka
Polishpowiesić
Saterland Frisiananhongje; aphongje
Spanishcolgar
Swedishhänga upp
Thaiแขวน
Turkishasmak
West Frisianhingje