Information about the word inmaken (Dutch → Esperanto: pekli)

Pronunciation/ˈɪmakə(n)/
Hyphenationin·ma·ken
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) maak in(ik) maakte in
(jij) maakt in(jij) maakte in
(hij) maakt in(hij) maakte in
(wij) maken in(wij) maakten in
(gij) maakt in(gij) maaktet in
(zij) maken in(zij) maakten in
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) inmake(dat ik) inmaakte
(dat jij) inmake(dat jij) inmaakte
(dat hij) inmake(dat hij) inmaakte
(dat wij) inmaken(dat wij) inmaakten
(dat gij) inmaket(dat gij) inmaaktet
(dat zij) inmaken(dat zij) inmaakten
Imperative mood
Singular/PluralPlural
maak inmaakt in
Participles
Present participlePast participle
inmakend, inmakende(hebben) ingemaakt

Translations

Afrikaansinlê
Catalansalar
Englishpickle
Esperantopekli
Faeroesesalta
Frenchsaler
Germaneinsalzen; pökeln
Portuguesesalgar
Saterland Frisianiensoaltje; piekelje
Spanishadobar; curar con sal; salar
Thaiดอง