Informatie over het woord duo (Nederlands → Esperanto: paro)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/dyʋo/
Afbrekingdu·o
Geslachtonzijdig
Meervoudduo’s

Vertalingen

Catalaansparell; parella
DuitsPaar
Engelspair
Esperantoparo
Faeröerspar
Finspari
Franscouple; paire
Hongaarspár
IJslandspar
Noorspar
Papiamentspar
Poolspara
Portugeescasal; par; parelha
Spaanspar; pareja
Thaisคู่
Westerlauwers Friespear; twatal
Zweedsduo; par