Informatie over het woord ĉasi

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingĉas·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdĉasas
Verleden tijdĉasis
Toekomende tijdĉasos
 
Voorwaardelijke wijs
ĉasus
 
Gebiedende wijs
ĉasu

 Deelwoorden
 Actieve deelwoordenPassieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdĉasantaĉasata
Verleden tijdĉasintaĉasita
Toekomende tijdĉasontaĉasota

Vertalingen

Afrikaansjaag; jag; jag maak op
Catalaanscaçar; percaçar
Deensjage
DuitsJagd machen auf; jagen; nachjagen
Engelschase; hunt
Faeröersjagstra; veiða
Finsmetsästää
Franschasser
Hongaarsvadászik
Italiaanscacciare
Jiddischיאָגן
Latijnvenari
Luxemburgsjoen
Maleisburu
Nederlandsbejagen; jacht maken op; jagen
Noorsjage; jakte
Papiamentsyag
Poolspolować
Portugeesandar à caça de; caçar; montear
Roemeenshăitui; vâna
Russischохотиться
Saterfriesjoagje
Schots-Gaelischruith; sealg
Spaanscazar
Srananonti
Tsjechischlovit
Turksavlamak
Westerlauwers Friesjeie
Zweedsjaga