Information about the word manen (Dutch → Esperanto: pagadmoni)

Pronunciation/ˈmanə(n)/
Hyphenationma·nen
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) maan(ik) maande
(jij) maant(jij) maande
(hij) maant(hij) maande
(wij) manen(wij) maanden
(gij) maant(gij) maandet
(zij) manen(zij) maanden
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) mane(dat ik) maande
(dat jij) mane(dat jij) maande
(dat hij) mane(dat hij) maande
(dat wij) manen(dat wij) maanden
(dat gij) manet(dat gij) maandet
(dat zij) manen(dat zij) maanden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
maanmaant
Participles
Present participlePast participle
manend, manende(hebben) gemaand

Translations

Englishdun
Esperantopagadmoni
West Frisianoanmoanje