Informo pri la vorto doodschieten (nederlanda → esperanto: pafmortigi)

Prononco/ˈdotsxitə(n)/
Dividodood·schie·ten
Vortspecoverbo

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) schiet dood(ik) schoot dood
(jij) schiet dood(jij) schoot dood
(hij) schiet dood(hij) schoot dood
(wij) schieten dood(wij) schoten dood
(gij) schiet dood(gij) schoot dood
(zij) schieten dood(zij) schoten dood
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) doodschiete(dat ik) doodschote
(dat jij) doodschiete(dat jij) doodschote
(dat hij) doodschiete(dat hij) doodschote
(dat wij) doodschieten(dat wij) doodschoten
(dat gij) doodschietet(dat gij) doodschotet
(dat zij) doodschieten(dat zij) doodschoten
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
schiet dooodschiet doood
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
doodschietend, doodschietende(hebben) doodgeschoten

Uzekzemploj

Waarom zou ik jou niet doodschieten?
Een door de politie opgetrommelde jager schoot het dier uiteindelijk dood.
Ze hebben de motordrijver doodgeschoten.

Tradukoj

afrikansodoodskiet
anglashoot; shoot dead
danaihjelskyde
esperantopafmortigi; mortpafi
francaabattre
okcidenta frizonafusilearje