Informatie over het woord viro

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Afbrekingvir·o

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
Nominatiefviroviroj
Accusatiefvironvirojn

Vertalingen

Afrikaansman; manspersoon
Albaneesmashkull
Berbersargaz (ⴰⵔⴳⴰⵣ)
Catalaanshome; mascle
Deensmand
DuitsMann
Engelsbloke; fellow; guy; male; man
Engels (Oudengels)guma; mann; wer; ceorl; esne; secg
Faeröersmannfólk; maður
Finsmies
Franshomme; mâle
Hawaiaanskāne
Hongaarsférfi
IJslandskarlmaður; maður
Italiaansuomo
Jiddischמאַן; מאַנצביל
Latijnvir
LuxemburgsMann
Maleisorang; laki‐laki; lelaki; pria
Nederlandskerel; man; manmens; manspersoon; vent
Noorsmann; kar
Papiamentshòmber
Poolsmąż; mężczyzna
Portugeeshomem; macho; varão
Roemeensbărbat; om
SaterfriesKäärel; Mon
Schots-Gaelischduine; fear
Spaanshombre; macho; varón
Srananman
Swahilimwanamume
Tagaloglalaki
Thaisชาย; ผู้ชาย; บุรุษ
Tsjechischmuž
Turksadam; erkek
Welsdyn
Westerlauwers Friesman
Zweedskarl; man