Informatie over het woord teweegbrengen (Nederlands → Esperanto: okazigi)

Uitspraak/təˈʋeɣbrɛŋə(n)/
Afbrekingte·weeg·bren·gen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) teweegbreng (ik) teweegbracht
(jij) teweegbrengt (jij) teweegbracht
(hij) teweegbrengt (hij) teweegbracht
(wij) teweegbrengen (wij) teweegbrachten
(gij) teweegbrengt (gij) teweegbracht
(zij) teweegbrengen (zij) teweegbrachten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) teweegbrenge(dat ik) teweegbrachte
(dat jij) teweegbrenge(dat jij) teweegbrachte
(dat hij) teweegbrenge(dat hij) teweegbrachte
(dat wij) teweegbrengen(dat wij) teweegbrachten
(dat gij) teweegbrenget(dat gij) teweegbrachtet
(dat zij) teweegbrengen(dat zij) teweegbrachten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
breng teweegbrengt teweeg
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
teweegbrengend, teweegbrengende(hebben) teweeggebracht

Vertalingen

Afrikaansbelê; beleg
Duitshervorrufen
Engelsprovoke
Esperantookazigi
Finsaiheuttaa
Franscauser; procurer; situer
Portugeescausar; ocasionar; provocar
Saterfriesferuurseekje
Spaansdar lugar a; ocasionar
Tsjechischvyvolat; způsobit
Westerlauwers Frieshâlde