Informatie over het woord arise (Engels → Esperanto: leviĝi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/əˈɹaɪz/
Afbrekinga·rise
Shaw‐alfabet𐑩𐑮𐑲𐑟

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) arise(I) arose
(thou) arisest(thou) arosest
(he) arises, ariseth(he) arose
(we) arise(we) arose
(you) arise(you) arose
(they) arise(they) arose
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) arise (I) arose
(thou) arise(thou) arose
(he) arise(he) arose
(we) arise(we) arose
(you) arise(you) arose
(they) arise(they) arose
Gebiedende wijs
arise
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
arisingarose

Vertalingen

Afrikaansopstaan
Duitsaufgehen; sich erheben; steigen; ragen
Esperantoleviĝi
Fransse soulever
Italiaanssalire
Nederlandsopkomen; oprijzen; opstaan; rijzen; zich verheffen
Papiamentssubi
Portugeeslevantar‐se
Roemeensrăsări
Saterfriesapgunge; stiege
Schots-Gaelischéirich
Spaanssubir
Thaisขึ้น
Tsjechischstoupat; vzrůstat
Westerlauwers Friesoprize; stige