Informatie over het woord aŭdaci

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingaŭ·dac·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdaŭdacas
Verleden tijdaŭdacis
Toekomende tijdaŭdacos
 
Voorwaardelijke wijs
aŭdacus
 
Gebiedende wijs
aŭdacu

Actieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdaŭdacanta
Verleden tijdaŭdacinta
Toekomende tijdaŭdaconta

Voorbeelden van gebruik

Kaj kial vi aŭdacas veni, neinvitite kaj tute sola, al la insulo Regoso?

Vertalingen

Afrikaanswaag
Catalaansgosar; tenir audàcia
Duitsdraufgängerisch sein; kühn sein; sich die Frechheit herausnehmen; sich erdreisten; sich erkühnen; sich wagen; unerschrocken sein; wagemutig sein
Engelsbe audacious; dare
Faeröershætta; vága
Fransaventurer; oser
Hongaarsmerészel
Nederlandswagen; zich vermetelen; zich verstouten; zich vermeten
Portugeesatrever‐se; aventurar‐se a; ousar