Informasie oor die woord tenietdoen (Nederlands → Esperanto: nuligi)

Uitspraak/təˈnidun/
Afbrekingte·niet·doen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) doe teniet(ik) deed teniet
(jij) doet teniet(jij) deed teniet
(hij) doet teniet(hij) deed teniet
(wij) doen teniet(wij) deden teniet
(gij) doet teniet(gij) deedt teniet
(zij) doen teniet(zij) deden teniet
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) tenietdoe(dat ik) tenietdede
(dat jij) tenietdoe(dat jij) tenietdede
(dat hij) tenietdoe(dat hij) tenietdede
(dat wij) tenietdoen(dat wij) tenietdeden
(dat gij) tenietdoet(dat gij) tenietdedet
(dat zij) tenietdoen(dat zij) tenietdeden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
doe tenietdoet teniet
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
tenietdoend, tenietdoende() tenietgedaan

Voorbeelde van gebruik

Hij heeft mijn betovering tenietgedaan!

Vertalinge

Afrikaansafsê; annulleer; kanselleer
Albaniesabrogoj
Deensaflyse; sende afbud
Duitsannullieren; für null und nichtig erklären; kassieren
Engelsannul; cancel; nullify; rescind
Esperantonuligi
Faroëesgera til einkis; taka aftur
Fransabroger; annuler; supprimer
Hongaarsmegsemmisít
Italiaansannullare
Maleisbatalkan; membatalkan
Papiamentsanulá; kanselá
Portugeesanular; declarar sem efeito; revogar
Roemeensabroga; anula
Saterfriesannullierje; kassierje
Spaansanular; contramandar
Sweedsarbeställa
Turksfeshetmek; iptal etmek
Wes‐Friesannulearje; ôfsizze; skrasse