Informasie oor die woord ontbinden (Nederlands → Esperanto: nuligi)

Uitspraak/ɔndˈbɪndə(n)/
Afbrekingont·bin·den
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) ontbind(ik) ontbond
(jij) ontbindt(jij) ontbond
(hij) ontbindt(hij) ontbond
(wij) ontbinden(wij) ontbonden
(gij) ontbindt(gij) ontbondt
(zij) ontbinden(zij) ontbonden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) ontbinde(dat ik) ontbonde
(dat jij) ontbinde(dat jij) ontbonde
(dat hij) ontbinde(dat hij) ontbonde
(dat wij) ontbinden(dat wij) ontbonden
(dat gij) ontbindet(dat gij) ontbondet
(dat zij) ontbinden(dat zij) ontbonden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
ontbindontbindt
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
ontbindend, ontbindende(hebben) ontbonden

Vertalinge

Afrikaansafsê; annulleer; kanselleer
Albaniesabrogoj
Deensaflyse; sende afbud
Duitsannullieren; für null und nichtig erklären; kassieren
Engelsabate; annul; cancel; drop; lift; negate; nullify; repeal; rescind; void; abrogate
Esperantonuligi
Faroëesgera til einkis; taka aftur
Fransabroger; annuler; supprimer
Hongaarsmegsemmisít
Italiaansannullare
Maleisbatalkan; membatalkan
Papiamentsanulá; kanselá
Portugeesanular; declarar sem efeito; revogar
Roemeensabroga; anula
Saterfriesannullierje; kassierje
Spaansanular; contramandar
Sweedsarbeställa
Turksfeshetmek; iptal etmek
Wes‐Friesannulearje; ôfsizze; skrasse