Informatie over het woord kerven (Nederlands → Esperanto: noĉi)

Uitspraak/ˈkɛrvə(n)/
Afbrekingker·ven
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) kerf(ik) korf, kerfde
(jij) kerft(jij) korf, kerfde
(hij) kerft(hij) korf, kerfde
(wij) kerven(wij) korven, kerfden
(gij) kerft(gij) korft, kerfdet
(zij) kerven(zij) korven, kerfden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) kerve(dat ik) korve, kerfde
(dat jij) kerve(dat jij) korve, kerfde
(dat hij) kerve(dat hij) korve, kerfde
(dat wij) kerven(dat wij) korven, kerfden
(dat gij) kervet(dat gij) korvet, kerfdet
(dat zij) kerven(dat zij) korven, kerfden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
kerfkerft
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
kervend, kervende(hebben) gekorven, gekerfd

Vertalingen

Afrikaanskerf
Esperantonoĉi