Information about the word aantekenen (Dutch → Esperanto: noti)

Pronunciation/ˈantekənə(n)/
Hyphenationaan·te·ke·nen
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) teken aan(ik) tekende aan
(jij) tekent aan(jij) tekende aan
(hij) tekent aan(hij) tekende aan
(wij) tekenen aan(wij) tekenden aan
(gij) tekent aan(gij) tekendet aan
(zij) tekenen aan(zij) tekenden aan
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) aantekene(dat ik) aantekende
(dat jij) aantekene(dat jij) aantekende
(dat hij) aantekene(dat hij) aantekende
(dat wij) aantekenen(dat wij) aantekenden
(dat gij) aantekenet(dat gij) aantekendet
(dat zij) aantekenen(dat zij) aantekenden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
teken aantekent aan
Participles
Present participlePast participle
aantekenend, aantekenende(hebben) aangetekend

Translations

Afrikaansopteken
Catalananotar; apuntar; memoritzar
Czechpoznamenat
Englishnote; write down
Esperantonoti
Frenchnoter
Germananmerken; aufschreiben; aufzeichnen; notieren
Latinannotare
Papiamentonota
Portugueseescrever nota sobre; tomar nota de
Russianзаписать; записывать
Saterland Frisianapschrieuwe; apskrieuwe; apteekenje; notierje
Spanishanotar; apuntar; notar
Swedishannotera; anteckna; notera
Thaiเขียน; เขียนลง; จด
West Frisianoantekenje