Information about the word dichtbinden (Dutch → Esperanto: nodligi)

Pronunciation/dɪɣbɪndə(n)/, /ˈdɪxtbɪndə(n)/
Hyphenationdicht·bin·den
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) bind dicht(ik) bond dicht
(jij) bindt dicht(jij) bond dicht
(hij) bindt dicht(hij) bond dicht
(wij) binden dicht(wij) bonden dicht
(gij) bindt dicht(gij) bondt dicht
(zij) binden dicht(zij) bonden dicht
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) dichtbinde(dat ik) dichtbonde
(dat jij) dichtbinde(dat jij) dichtbonde
(dat hij) dichtbinde(dat hij) dichtbonde
(dat wij) dichtbinden(dat wij) dichtbonden
(dat gij) dichtbindet(dat gij) dichtbondet
(dat zij) dichtbinden(dat zij) dichtbonden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
bind dichtbindt dicht
Participles
Present participlePast participle
dichtbindend, dichtbindende(hebben) dichtgebonden

Translations

Englishtie up
Esperantonodligi