Informatie over het woord Form (Duits → Esperanto: fasono)

Uitspraak/fɔrm/
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtvrouwelijk

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefFormFormen
GenitiefFormFormen
DatiefFormFormen
AccusatiefFormFormen

Vertalingen

Catalaanscaient; faiçó; model; tall
Deensform
Engelscut
Esperantofasono
Faeröerssnið
Nederlandscoupe; fatsoen; makelij; snit; vorm
Spaanshechura; hechuras