Informatie over het woord drijven (Nederlands → Esperanto: naĝi)

Uitspraak/ˈdrɛɪ̯və(n)/
Afbrekingdrij·ven
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) drijf(ik) dreef
(jij) drijft(jij) dreef
(hij) drijft(hij) dreef
(wij) drijven(wij) dreven
(gij) drijft(gij) dreeft
(zij) drijven(zij) dreven
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) drijve(dat ik) dreve
(dat jij) drijve(dat jij) dreve
(dat hij) drijve(dat hij) dreve
(dat wij) drijven(dat wij) dreven
(dat gij) drijvet(dat gij) drevet
(dat zij) drijven(dat zij) dreven
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
drijvend, drijvende(hebben/zijn) gedreven

Vertalingen

Afrikaansswem
Catalaansnedar
Deenssvømme
Duitsschwimmen
Engelsfloat; swim
Engels (Oudengels)swimman
Esperantonaĝi
Faeröerssvimja
Finsuida
Fransnager
Hawaiaansʻau
Hongaarsúszik
Italiaansnuotare
Jiddischשווימען
Latijnnare; natare
Luxemburgsschwammen
Maleisberenang; renang
Noorssvømme
Papiamentslanda; landra
Poolspływać
Portugeesboiar; flutuar; nadar
Roemeensînota; pluti
Russischплавать
Saterfriesswimme
Schots-Gaelischsnàmh
Spaansnadar
Srananswen
Thaisว่ายน้ำ
Tsjechischplavat; plout
Turksyüzmek
Westerlauwers Friesswimme
Zweedssimma