Informatie over het woord timida

Woordsoortbijvoeglijk naamwoord
Afbrekingti·mid·a

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
Nominatieftimidatimidaj
Accusatieftimidantimidajn

Vertalingen

Afrikaansbenepe
Deensbange; sky
Duitsbange; zaghaft
Engelsafraid; anxious; fainthearted; pusillanimous; shy; timid; timorous
Franspeureux; timide
Italiaansangoscioso; pauroso
Maleistakut
Nederlandsbang; benepen; beschroomd; schroomvallig; schuw; timide; vreesachtig; bangelijk
Noorssjenert
Papiamentsmiedoso
Portugeesmedonho; tímido; timorato
Saterfriesbong; miedsoam
Spaansencogido; tímido