Informo pri la vorto voortbrengen (nederlanda → esperanto: naski)

Vortspecoverbo

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) breng voort(ik) bracht voort
(jij) brengt voort(jij) bracht voort
(hij) brengt voort(hij) bracht voort
(wij) brengen voort(wij) brachten voort
(gij) brengt voort(gij) bracht voort
(zij) brengen voort(zij) brachten voort
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) voortbrenge(dat ik) voortbrachte
(dat jij) voortbrenge(dat jij) voortbrachte
(dat hij) voortbrenge(dat hij) voortbrachte
(dat wij) voortbrengen(dat wij) voortbrachten
(dat gij) voortbrenget(dat gij) voortbrachtet
(dat zij) voortbrengen(dat zij) voortbrachten
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
breng voortbrengt voort
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
voortbrengend, voortbrengende(hebben) voortgebracht

Tradukoj

afrikansobaar
anglabear; yield
angla (malnovangla)acennan
esperantonaski
feroabera í heim; føða
finnasynnyttää
francafaire naître; mettre au monde
germanagebären; zur Welt bringen
hispanadar a luz; engendrar; parir
hungaraszül
katalunagenerar; parir
malajalahir
portugaladar a luz; parir
saterlanda frizonagebääre; tou de Waareld brange