Informatie over het woord muis (Nederlands → Esperanto: muso)

Uitspraak/mœʏ̯s/
Afbrekingmuis
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachthistorisch vrouwelijk, tegenwoordig ook manlijk
Meervoudmuizen

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
muisjemuisjes

Voorbeelden van gebruik

Muizen, ratten en vogels zijn in de stad volop aanwezig.
De veldmuis houdt net als de meeste muizen, geen winterslaap.

Vertalingen

Afrikaansmuis
Albaneesmi
Catalaansratolí
Deensmus
DuitsMaus
Engelsmouse
Engels (Oudengels)mus
Esperantomuso
Faeröersmús
Finshiiri
Franssouris
Grieksποντίκι
Hongaarsegér
IJslandsmús
Italiaanssorcio; topo
Jiddischמױז
Latijnmus
LuxemburgsMaus
Maleistikus
Noorsmus
Papiamentsraton
Poolsmysz
Portugeescamundongo; rato
SaterfriesMuus
Schots-Gaelischluch
Spaansratón
Srananmoysmoysi
Swahilipanya mdogo
Thaisหนู
Tsjechischmyš
Turksfare
Welsllygoden
Westerlauwers Friesmûs
Zweedsmus; råtta