Informatie over het woord motor (Nederlands → Esperanto: motorciklo)

Uitspraak/ˈmotər/, /ˈmotɔr/
Afbrekingmo·tor
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk
Meervoudmotoren /moˈtorə(n)/, motors

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
motortjemotortjes

Voorbeelden van gebruik

Hij werd gisteren doodgeschoten door onbekende schutters op motoren.

Vertalingen

Afrikaansmotorfiets
Catalaansmoto; motocicle
Deensmotorcykle
DuitsKraftfahrrad; Motorrad
Engelsmotorbike; motorcycle
Esperantomotorciklo
Fransmoto; vélomoteur
Italiaansmotocicletto
Noorsmotorsykkel
Papiamentsmotosaikel
Portugeesmotocicleta
Russischмотоцикл
SaterfriesMotorrääd
Spaansmoto
Tsjechischmotocykl; motorka
Turksmotosiklet
Zweedsmotorcykel