Informatie over het woord happen (Nederlands → Esperanto: mordi)

Uitspraak/ˈɦɑpə(n)/
Afbrekinghap·pen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) hap(ik) hapte
(jij) hapt(jij) hapte
(hij) hapt(hij) hapte
(wij) happen(wij) hapten
(gij) hapt(gij) haptet
(zij) happen(zij) hapten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) happe(dat ik) hapte
(dat jij) happe(dat jij) hapte
(dat hij) happe(dat hij) hapte
(dat wij) happen(dat wij) hapten
(dat gij) happet(dat gij) haptet
(dat zij) happen(dat zij) hapten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
haphapt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
happend, happende(hebben) gehapt

Vertalingen

Afrikaansbyt
Albaneeskafshoj
Catalaansagafar; corroir; mossegar
Deensbide
Duitsbeißen
Engelsbite
Engels (Oudengels)bitan
Esperantomordi
Faeröersbíta
Finspurra
Fransmordre
Hawaiaansnahu; nanahu; ʻaki; ʻakina; ʻaʻaki
IJslandsbíta
Italiaansmordere
Jiddischבײַסן
Latijnmordere
Luxemburgsbäissen
Maleismenggigit; gigit
Noorsbite
Papiamentsmorde
Poolsgryźć
Portugeesatacar metais; dar dentadas; morder; rilhar
Russischгрызть; кушать
Saterfriesbiete
Schots-Gaelischbid
Spaansmorder
Srananbeti
Tsjechischkousat; kousnout; pokousat; uštknout
Westerlauwers Friesbite
Zweedsbita; nappa