Informatie over het woord suferi

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingsu·fer·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdsuferas
Verleden tijdsuferis
Toekomende tijdsuferos
 
Voorwaardelijke wijs
suferus

Voorbeelden van gebruik

Mi volas, ke ni suferu kune.
Pli longe li ne povis suferi ĝin.

Vertalingen

Afrikaansly; ondergaán
Catalaanspatir; sofrir
Deensgennemgå
Duitsaushalten; dulden; erdulden; erleiden; ertragen; leiden
Engelsail; bear; endure; put up with; suffer; sustain
Faeröerslíða
Finskärsiä
Fransendurer; souffrir; subir
IJslandsþola
Latijnpatiri
Maleisderita … menderita
Nederlandsdoorstaan; lijden; ondergáán; uitstaan; verdragen
Papiamentssufri; wanta
Poolscierpieć
Portugeesaturar; padecer; penar; provar; sofrer; suportar; tolerar
Saterfriesduldje; ferdreege; liede; uuthoolde
Spaanspadecer; sufrir
Srananpina
Thaisต้อง; ทาน
Tsjechischsnášet; trpět; utrpět
Turksazap çekmek
Westerlauwers Frieslije
Zweedslida