Informatie over het woord bedreiging (Nederlands → Esperanto: minaco)

Uitspraak/bəˈdrɛɪ̯ɣɪŋ/
Afbrekingbe·drei·ging
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtvrouwelijk
Meervoudbedreigingen

Voorbeelden van gebruik

Hij vormde voor ons een bedreiging en had ons zeker zetels kunnen kosten.
Deze bedreigingen maakten weinig indruk op de rovers.
Ik kwam daarnet de heer Dorknoper tegen, en die heeft een aanklacht wegens bedreiging tegen je ingediend.

Vertalingen

Afrikaansbedreiging; dreigement
Catalaansamenaça
Deenstrussel
DuitsBedrohung; Drohung
Engelsmenace; threat
Esperantominaco
Fransmenace
Italiaansminaccia
Papiamentsamenasa
Portugeesameaça
SaterfriesBetruuenge; troue; Truuenge; truuje
Spaansamenaza; conminación
Tsjechischhrozba; pohrůžka; výhrůžka
Westerlauwers Friesbedriging; drigemint
Zweedshot; hotelse