Informatie over het woord mixen (Nederlands → Esperanto: miksi)

Uitspraak/ˈmɪksə(n)/
Afbrekingmixen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) mix(ik) mixte
(jij) mixt(jij) mixte
(hij) mixt(hij) mixte
(wij) mixen(wij) mixten
(gij) mixt(gij) mixtet
(zij) mixen(zij) mixten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) mixe(dat ik) mixte
(dat jij) mixe(dat jij) mixte
(dat hij) mixe(dat hij) mixte
(dat wij) mixen(dat wij) mixten
(dat gij) mixet(dat gij) mixtet
(dat zij) mixen(dat zij) mixten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
mixmixt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
mixend, mixende(hebben) gemixt

Voorbeelden van gebruik

Ze zei me dat ik maar net moest doen of ik thuis was en voor mezelf een drankje moest mixen.
Hij mixte de dranken zelf.

Vertalingen

Afrikaansmeng; vermeng
Catalaansbarrejar; mesclar
Deensblande
Duitsmengen; mischen
Engelsmix
Esperantomiksi
Faeröersblanda
Finssekoittaa
Fransmélanger; mêler; retourner
Hongaarskever
Latijnmiscere
Luxemburgsvermëschen
Maleismencampuri
Noorsblande
Papiamentsmeks; meskla
Portugeesbaralhar; mesclar; mexer; misturar
Saterfriesmiskje; moange
Spaansmezclar
Srananmoksi
Thaisเจือ
Tsjechischmíchat; mísit; namíchat; smíchat; smísit
Westerlauwers Friesminge
Zweedsblanda; sammanblanda