Informatie over het woord mengen (Nederlands → Esperanto: miksi)

Uitspraak/ˈmɛŋə(n)/
Afbrekingmen·gen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) meng(ik) mengde
(jij) mengt(jij) mengde
(hij) mengt(hij) mengde
(wij) mengen(wij) mengden
(gij) mengt(gij) mengdet
(zij) mengen(zij) mengden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) menge(dat ik) mengde
(dat jij) menge(dat jij) mengde
(dat hij) menge(dat hij) mengde
(dat wij) mengen(dat wij) mengden
(dat gij) menget(dat gij) mengdet
(dat zij) mengen(dat zij) mengden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
mengmengt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
mengend, mengende(hebben) gemengd

Voorbeelden van gebruik

Meng de kruiden met de knoflook, olie en citroensap en giet dit over de kip.

Vertalingen

Afrikaansmeng; vermeng
Catalaansbarrejar; mesclar
Deensblande
Duitsmengen; mischen
Engelsblend; mingle; mix; shuffle
Esperantomiksi
Faeröersblanda
Finssekoittaa
Fransmélanger; mêler; retourner
Hongaarskever
Latijnmiscere
Luxemburgsvermëschen
Maleismencampuri
Noorsblande
Papiamentsmeks; meskla
Portugeesbaralhar; mesclar; mexer; misturar
Saterfriesmiskje; moange
Spaansmezclar
Srananmoksi
Thaisเจือ
Tsjechischmíchat; mísit; namíchat; smíchat; smísit
Westerlauwers Friesminge
Zweedsblanda; sammanblanda