Informatie over het woord plaatsen (Nederlands → Esperanto: meti)

Uitspraak/ˈplatsə(n)/
Afbrekingplaat·sen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) plaats(ik) plaatste
(jij) plaatst(jij) plaatste
(hij) plaatst(hij) plaatste
(wij) plaatsen(wij) plaatsten
(gij) plaatst(gij) plaatstet
(zij) plaatsen(zij) plaatsten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) plaatse(dat ik) plaatste
(dat jij) plaatse(dat jij) plaatste
(dat hij) plaatse(dat hij) plaatste
(dat wij) plaatsen(dat wij) plaatsten
(dat gij) plaatset(dat gij) plaatstet
(dat zij) plaatsen(dat zij) plaatsten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
plaatsplaatst
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
plaatsend, plaatsende(hebben) geplaatst

Voorbeelden van gebruik

Hij plaatste de opgezette vogel op een plank en keek er een ogenblik naar.
De paaltjes werden geplaatst en de touwtjes gespannen.
Men lope licht en sierlijk voorwaarts, houde dan de pas in en plaatse de linkervoet achter de rechter.

Vertalingen

Afrikaansplaas; sit; steek; stel
Catalaansficar; col·locar; posar
Deenslægge; sætte; stille
Duitssetzen; stecken; stellen
Engelslay; place; put; set
Engels (Oudengels)adon; asettan; settan
Esperantometi
Faeröerskoyra; leggja; seta
Finspanna
Fransappliquer; mettre; poser
Hongaarstalálkozik
IJslandsleggja; setja
Italiaansmettere; ponere
Latijnponere
Luxemburgssetzen
Noorslegge; sette
Papiamentsbuta; pone
Poolskłaść
Portugeescolocar; meter; pôr
Roemeensașeza; depune; plasa; pune
Russischпоставить; ставить
Saterfriesdeellääse; sätte; staale; stikje
Schots-Gaelischcuir
Spaanscolocar; meter; poner
Srananpoti; seti
Swahili‐weka; ‐tia
Thaisวาง; ไว้
Tsjechischdát; klást; položit; postavit
Westerlauwers Frieslizze; pleatse; stelle; dwaan
Zweedslägga; ställa; sätta