Information about the word bestellen (Dutch → Esperanto: mendi)

Part of speechverb
Pronunciation/bəˈstɛlə(n)/
Hyphenationbe·stel·len

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) bestel(ik) bestelde
(jij) bestelt(jij) bestelde
(hij) bestelt(hij) bestelde
(wij) bestellen(wij) bestelden
(gij) bestelt(gij) besteldet
(zij) bestellen(zij) bestelden
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) bestelle(dat ik) bestelde
(dat jij) bestelle(dat jij) bestelde
(dat hij) bestelle(dat hij) bestelde
(dat wij) bestellen(dat wij) bestelden
(dat gij) bestellet(dat gij) besteldet
(dat zij) bestellen(dat zij) bestelden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
bestelbestelt
Participles
Present participlePast participle
bestellend, bestellende(hebben) besteld

Usage samples

Hoe u uw boeken ook bestelt, ik raad u aan dit zo spoedig mogelijk te doen.
Hij bestelde een glas bier en bekeek rustig de gezichten om zich heen.
Het gezelschap ging nu het bescheiden hotelletje binnen, waar Clayton het een en ander bestelde.
Waarom moest ik trouwens voor jou bestellen?
Niet zelden geldt: wat we niet in ons assortiment hebben, kan ook niet besteld worden.
De heren hebben voor morgenochtend een taxi besteld.
Niet lang daarna bestelden ze een pizza.
Ik heb dit weer toch niet besteld!

Translations

Afrikaansbestel; aanvra
Catalanencarregar; fer comandes
Danishbestille
Englishorder
Esperantomendi
Faeroesebiðja um; bíleggja
Finnishtilata
Frenchcommander; demander; retenir
Germanbestellen
Italianordinare
Polishzamawiać
Portugueseencomendar; pedir; reservar
Saterland Frisianbestaale
Spanishencargar; hacer pedido
West Frisianoanfreegje