Information about the word aanvragen (Dutch → Esperanto: mendi)

Part of speechverb
Pronunciation/ˈanvraɣə(n)/
Hyphenationaan·vra·gen

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) vraag aan(ik) vroeg aan, vraagde aan
(jij) vraagt aan(jij) vroeg aan, vraagde aan
(hij) vraagt aan(hij) vroeg aan, vraagde aan
(wij) vragen aan(wij) vroegen aan, vraagden aan
(gij) vraagt aan(gij) vroegt aan, vraagdet aan
(zij) vragen aan(zij) vroegen aan, vraagden aan
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) aanvrage(dat ik) aanvroege, aanvraagde
(dat jij) aanvrage(dat jij) aanvroege, aanvraagde
(dat hij) aanvrage(dat hij) aanvroege, aanvraagde
(dat wij) aanvragen(dat wij) aanvroegen, aanvraagden
(dat gij) aanvraget(dat gij) aanvroeget, aanvraagdet
(dat zij) aanvragen(dat zij) aanvroegen, aanvraagden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
vraag aanvraagt aan
Participles
Present participlePast participle
aanvragend, aanvragende(hebben) aangevraagd

Translations

Afrikaansbestel; aanvra
Catalanencarregar; fer comandes
Danishbestille
Englishbook; order; procure
Esperantomendi
Faeroesebiðja um; bíleggja
Finnishtilata
Frenchcommander; demander; retenir
Germanbestellen
Italianordinare
Polishzamawiać
Portugueseencomendar; pedir; reservar
Saterland Frisianbestaale
Spanishencargar; hacer pedido
West Frisianoanfreegje